• 1. Elke zeiler…

  • 2. elke planter…

  • 3. Iedereen…

  • 4. Weet dat uit zon, wind en water VEEL en VEEl meer energie beschikbaar is dan wij ooit nodig hebben voor ons goede leven.

  • 5. Alleen…, energie is er niet altijd wanneer je het juist hard nodig hebt.

  • 6. Soms is er weer te veel energie.

  • 7. Soms is te weinig energie om je heen.

  • 8. Ons goede leven is begonnen met het aanleggen van VOORRADEN; Sparen voor later.

  • 9. Heel vaak stopten wij onze voorraden in de aarde. Daar ligt het goed beschermd, niet te koud en niet te warm.

  • 10.Het goede leven werd ongekende WELVAART toen wij de voorraad energie niet langer in de aarde bewaarden, maar wij de AARDE ZELF als voorraad gingen opstoken.

  • 11. Na ongeveer 1,5 eeuw welvaart komen wij er nu achter dat wij niet de aarde zelf als voorraad moeten gebruiken.

  • 12. Nieuwe en slimmere voorraadtechnieken, zoals lichte batterijtjes… ,

  • 13. zoals kracht uit wateropslag… ,

  • 14. of warmte dat opgeslagen wordt in de vloeibare vorm van materialen, als zout of parafine… ,

  • 15. of warmte dat opgeslagen is in de zee, een rivier of een meer… ,

  • 16. of de energie die wij verzamelen in ons afval. Al deze voorraadtechnieken zullen ons in staat stellen een evenwicht aan te brengen tussen onze energievraag en het aanbod om ons heen.

  • 17. Energie uit zon, wind en water houdt zichzelf in stand in cycli van dag en nacht, zomer en winter. Slimme voorraadtechniek brengt onze energiehuishouding in evenwicht met deze cycli.

  • 18. Omdat de energie uit de cycli van het klimaat ONUITPUTTELIJK is, hoeven wij ook NIET ZUINIG te zijn op het gebruik van energie!

  • 19. ZUINIG zijn op het EVENWICHT; alleen dat telt. Bij slimme voorraadtechniek gaat het om de prijs waarvoor het evenwicht tussen onze behoefte en het aanbod gehandhaafd kan blijven.

  • 20. De kosten van een SLIMME VOORRAADTECHNIEK waarmee de cycli van het energieaanbod in balans wordt gehouden met die van onze vraag, zullen veel lager zijn dan wat het kost om zo’n hoeveelheid energie als BRANDSTOF op te wekken.

  • 21. WARMBOUWEN is zo’n slimme voorraadtechniek.

  • 22. WarmBouwen is NIET ZUINIG met de energie zelf. In de schil van het gebouw wordt zo veel als mogelijk energie opgenomen, maar evenveel wordt ook weer afgegeven. Alleen het evenwicht tussen beiden telt.

  • 23. WarmBouwen maakt slim gebruik van de aarde als voorraadschuur van energie: de aarde heeft een groot oppervlak om warmte in te vangen en af te geven. Vlak daaronder is het altijd ongeveer 12 ℃; het gemiddelde van zomer en winter in Nederland.

  • 24. De schil van het gebouw is een warmtewisselaar. Als het warmer is dan 12 ℃ buiten of 18 ℃ binnen, wordt er warmte geoogst: KOELEN IS OOGSTEN. Deze warmte met een hogere temperatuur dan 12℃ wordt opgeslagen in de aarde.

  • 25. Als het kouder is dan 12 ℃ buiten of 12-18 ℃ binnen, wordt er warmte afgegeven. Deze afgekoelde warmte die nu een LAGERE temperatuur heeft dan 12℃ wordt ook opgeslagen in de aarde.

  • 26. De hoeveelheid warmte die in de aarde wordt opgeslagen met een hogere temperatuur dan 12 ℃ IS GELIJK aan de hoeveelheid met een lagere temperatuur. Het evenwicht in de aarde is niet verstoord. Gemiddeld blijft de temperatuur 12 ℃.

  • 27. In deze grote energieschuur van de aarde is het vaak mogelijk een voorraad energie aan te leggen waarmee met temperaturen tussen 12-20 ℃ binnen het gebouw, evenveel energie kan worden opgenomen als afgegeven.

  • 28. Soms is opslag in de bodem niet mogelijk. Dan zijn er andere mogelijkheden: Een rivier, een meer, de zee of stromend grondwater kan ook de voorraad zijn waarin zowel warmte opgeslagen wordt als waaruit warmte opgewekt wordt.

  • 29. Een mens voelt zich prettig als de oppervlakken om hem heen hem aanstralen met een temperatuur van ongeveer 18 ℃. Individuele koeling of bijverwarming kost dan minimale energie.

  • 30. In een WarmBouwen gebouw heeft de binnenzijde van de schil een gewenste temperatuur tussen de 12 ℃ en 20 ℃; heerlijk koel in de zomer, behaaglijk in de winter.

  • 31. Het evenwicht tussen opname en afgifte van energie wordt bereikt middels ACCUMULATIE in een voorraad. ISOLATIE werkt remmend in deze techniek en wordt dus maar spaarzaam toegepast.

  • 32. WarmBouwen betekent eenvoudig, slank en goedkoper bouwen. Eén materiaal met afwerking, kan alle functies vervullen: dragen, scheiden en zowel warmte als vocht reguleren. Het probleem van de KOUDEBRUG is voorbij.

  • 33. Een WarmBouwen gebouw heeft net als wij een bloedsomloop in zijn huid,… het zou er haast van kunnen blozen.