Een gebouw moet behaaglijk zijn: ’s winters warm, ’s zomers koel. Als je het overschot aan warmte of koude kan opslaan en later gebruiken kan er een BALANS IN ENERGIE ontstaan.

1-balans

Doel
Een balans in energie zorgt dat de warmte- en koudebehoefte van het gebouw is gedekt. Er is alleen nog maar hulpenergie nodig om de warmte en koude op de juiste momenten te gebruiken. Kleine tekorten zijn niet erg: die kunnen makkelijk worden ingewonnen uit hernieuwbare bronnen.

Eisen
De balans voor de gebouwtemperatuur moet sluitend zijn. De benodigde hulpenergie voor het onttrekken en opladen van warmte en koude uit de bronnen moet beperkt blijven.

Hoe te bereiken
Er wordt onderscheid gemaakt tussen opname, afgifte en opslag. De eisen aan de opslag zijn vervat in de tweede zuil: Buffer.

Warmte kan worden opgenomen en koude worden afgegeven, of andersom: er is een constante uitwisseling van energie met de omgeving. Deze uitwisseling heeft plaats door:

  • transmissie door de gebouwschil;
  • warmtewisselaars in bodem, grondwater of oppervlaktewater;
  • ventilatie (uitwisseling met de buitenlucht);

Ook met het interieur wordt warmte uitgewisseld. Een overschot aan warmte wordt opgenomen (koeling), een tekort aangevuld (verwarming).
Warmte in het interieur ontstaat door activiteit (mens en dier geven warmte af), maar ook door apparatuur.

Weging
Een sluitende balans is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor het Keurmerk WarmBouwen. De benodigde hulpenergie dient beperkt te blijven (5 kW/m² BVO per jaar), zodat deze zelf kan worden opgewekt of ingekocht uit hernieuwbare bron.

Actueel
De eisen, voorwaarden en weging, zoals hierboven genoemd zijn voorlopige eisen. Het Comité Keurmerk WarmBouwen dient deze eisen formeel nog vast te stellen. Wij zijn in overleg met diverse vertegenwoordigers uit de gehele bouwkolom om de eisen vast te leggen.

Download hier het eisenblad ‘zuil 1: Balans in Energie’: zuil01–20141126